Exclusieve terminal voor windmolenpark op zee
28-06-2011
Het is een prachtige dag bij BOW Terminals in Vlissingen-Oost als Robbert van der Loos in een fel geel veiligheidshesje de hal in loopt. ‘Ik moet nog even wat regelen op de terminal’, zegt hij, ‘dat gaat de hele dag zo door.’ Van der Loos is directeur van de Breukbulk Offshore Wind Terminal. ‘afgekort BOW, dat is ook Engels voor ‘boeg’, dat leek ons wel toepasselijk, zo in de haven.
BOW richt zich op het verladen van zware goederen voor de offshore-industrie en is gespecialiseerd in het verladen van onderdelen voor windmolenparken op zee. Op het terrein staan permanent twee grote hijskranen die samen 800 ton kunnen tillen. ‘En we beschikken over multiwheelers, speciale wagens waarmee we zware lading over ons terrein kunnen rijden. Daarmee zijn we niet alleen uniek in Zeeland, maar in heel Europa.
In de zomer van 2010 zijn de activiteiten van BOW van start gegaan en werd het terrein geschikt gemaakt voor zwaar transport. Inmiddels liggen er zo’n 80 funderingspalen voor windmolens. ‘Die palen wegen tussen de 400 en 600 ton en zijn 40 tot 60 meter lang. Wij laden ze straks op grote zeeschepen die ze naar hun locatie op de Noordzee brengen. Daar worden ze de zeebodem in gehamerd. Een klein stukje steekt dan nog boven het wateroppervlak uit. Daarop komt een geel koppelstuk en daarop dan de windmolen. Die gele koppelstukken hebben we inmiddels ook staan, 71 stuks in totaal. Ze wegen 220 ton en zijn 22 meter hoog!’
BOW richt zich als enige in Europa exclusief op windmolenparken op zee. ‘Er was weinig interesse om dit soort terminals in te richten, ze nemen veel ruimte in beslag en er zijn grote investeringen in onder andere hijskranen en transportmiddelen nodig. Wij hebben de stap toch genomen. Ik zie het als een jonge markt waar veel staat te gebeuren en waar veel kansen liggen.
Ons gespecialiseerde team is er klaas voor, nu en over vijftien jaar nog, daar kunnen windmolenbouwers op rekenen.